Kind & Voeding
Een product van Stoarm

Nieuws

Voeding voor de allerkleinsten van het allergrootste belang.

07/06/2012

De derde herziene druk van het werkboek Enterale en parenterale voeding bij pasgeborenen was de aanleiding voor het wetenschappelijk symposium 10 mei te Utrecht.

Onder voorzitterschap van Prof. Dr. H.N. Lafeber, kinderarts-neonatoloog Vumc Amsterdam,  werden de nieuwste, voornamelijk enterale, voedingsinzichten gepresenteerd door leden van de werkgroep van het werkboek. De bijna 100 aanwezigen waren neonatologen, kinderartsen, diëtisten en verpleegkundigen.

Effect op lange termijn gezondheid
Voor de prematuur pasgeborene blijkt vooral de eerste weken na de geboorte voeding een belangrijke rol te spelen. De voeding in het vroege leven heeft een enorme impact op de langere termijn gezondheid, vooral bij de prematuur geboren jongens, aldus Prof dr. J.B. van Goudoever, kinderarts-neonatoloog Vumc en Emma Kinderziekenhuis AMC Amsterdam. Doel van het voedingsbeleid bij de prematuur pasgeborene is het nabootsen van de intrauteriene groei. Door het verlies aan lichaamseiwit na de vroeg geboorte te beperken wordt de noodzaak voor inhaalgroei voorkomen. Dit wordt gerealiseerd door direct na de geboorte te zorgen voor een hoog eiwitaanbod door tijdig te starten met parenterale aminozuurtoediening. En door toevoeging van extra energie in de vorm van vetten. Dit laatste voorkomt dat de aminozuren worden geoxideerd in plaats van gebruikt voor synthese. Studies van Ziegler (1996 en 2005) laten zien dat de groeicurves van prematuur geborenen steeds dichter de intrauteriene groei benaderen. Dit pleit ervoor dat naar aanleiding van de nieuwe voedingsontwikkelingen de premature groeicurves elke vijf jaar bijgesteld dienen te worden.

De darmen zelf hebben ook voeding  nodig. Vandaar dat in een vroeg stadium al wordt gestart met minimale enterale voeding (MEV). Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van de onrijpe darm zonder dat deze wordt overbelast. Bij voorkeur wordt gestart met moedermelk. Dr. S.R.D. van der Schoor, kinderarts-neonatoloog Groene Hart Ziekenhuis Gouda, liet zien dat ook bij prematuren met necrotiserende enterocolitis MEV nodig kan zijn, zodra de klinische conditie dit toelaat. Dit ter voorkoming van het ontstaan van darmatrofie.

IJzer
Prematuur pasgeborenen hebben een lagere lichaamsvoorraad aan ijzer dan à term pasgeborenen. Het werkboek adviseert om bij prematuur pasgeborenen rond de vierde levensweek te starten met het geven van 2-3 mg/kg/dag ijzer gedurende minimaal 6-12 maanden. Indien zuigelingen gevoed worden met een post-discharge voeding is suppletie van ijzer niet meer nodig. Prematuren krijgen op de eerste levensdag vitamine K toegediend. Daarna is dagelijks suppletie van 150 µg vitamine K noodzakelijk, tenzij meer dan 500 ml kunstvoeding wordt gegeven. Vanwege de hoge prevalentie van vitamine D-tekort bij zwangere vrouwen is het advies dat prematuur pasgeborenen gedurende de eerste levensmaanden dagelijks 20-25 µg vitamine D krijgen.  Ongeacht het type voeding is suppletie van vitamine D noodzakelijk: bij een lichaamsgewicht van minder dan 1250 gram 15 µg/dag en bij een gewicht daarboven 10 µg/dag overeenkomend met het suppletieadvies voor de à term geborenen.


Voor een optimale botmineralisatie is naast vitamine D voldoende aanbod van calcium en fosfaat noodzakelijk. Het verhogen van de calcium inname  alleen leidt tot extra excretie van het calcium. En kan tevens leiden tot een verminderde vetabsorptie, obstipatie en een verlengde gastrointestinale passagetijd.  Daarnaast gaf drs. V. Christmann, kinderarts-neonatoloog UMC St. Radboud, aan dat stimulatie en meer beweging van de ‘vooral’ stil liggende prematuur mogelijk een positief effect heeft op de botmineralisatie. In de baarmoeder is de foetus immers ook meer in beweging.

Een veel voorkomend ziektebeeld bij prematuren is chronische bronchopulmonale dysplasie, wat een verhoogd risico geeft op groeivertraging. Doordat deze kinderen vaak een vochtbeperking en een verhoogde energiebehoefte hebben, is voor een goede groei verrijkte voeding nodig. Het werkboek doet voorstellen voor voedingsverrijking. Echter meer onderzoek hiernaar is noodzakelijk.

Deze en andere nieuwe inzichten staan uitgebreid beschreven in het werkboek. De verwachting is dat de definitieve druk van het werkboek uitkomt rond de zomermaanden. In het najaar wordt een tweede symposium georganiseerd over o.a. de samenstelling van parenterale voeding, voor neonatologen, kinderartsen en vooral ook de apothekers.

Bron: Brenda Glas, Consultancy in kindervoeding

Terug naar het nieuwsoverzicht